Frietverhalen 5/5

fritserie

ubelski: mei 2020

Katholieke afscheiding

.
En dan, rond 1950, ontstaat er een scheuring. De katholieken scheiden zich af. Vanwege de friet, de friet waarvoor veel collega’s van boven de grote rivieren hun neus ophalen, de friet waarop de protestanten met enige dédain neerkijken.

Katholieken en protestanten.

Onderhuids blijft het in ons land altijd een beetje schuren. Zuid versus noord. Hoewel het onderscheid in onze tijd vervaagt, met dank aan de algehele secularisatie, is het tevens een tweedeling tussen Bourgondische levensgenieters en calvinistische kniesoren.

Ja, dat zit nog steeds diep en gaat terug naar de tijd van de reformatie en de Tachtigjarige Oorlog, waaruit de protestanten nu eenmaal als winnaars tevoorschijn zijn gekomen.

Ze vaardigden in grote delen van het land een verbod af op het openlijk praktiseren van het katholieke geloof. Veelal moesten de katholieken zich behelpen met missen en diensten in huiskamers, schuurtjes en op zolderkamers. Nieuwe kerken mochten de katholieken in veel Nederlandse regio’s pas weer bouwen in de Franse tijd.

Zulke culturenverschillen etteren generatieslang door. Ze leiden halverwege de twintigste eeuw tot de scheuring tussen de zuidelijke en noordelijke ambachtelijke ijsbereiders in ons land. Het is niet het ijs, maar de friet die ervoor zorgt dat de geesten zich scheiden.

Lang is in ons land ijs, ambachtelijk bereid roomijs, een veel belangrijker product dan patates frites. Er zijn zelfs beduidend meer ijssalons dan frietkramen, frietkarren, frietschuurtjes en andere verkooppunten van friet.

Een gezamenlijke vijand brengt de ijsbereiders van ons land bij elkaar. Of je nu katholiek of protestants ijs bereidt, de twee partijen vinden elkaar in hun strijd tegen de oprukkende Italiaanse ijsmakers in ons land.

Ja. Met lede ogen zien de vaderlandse ijsmakers aan hoe in het straatbeeld steeds meer Italiaanse ijscokarren verschijnen. Mooie karren, zonnig beschilderd, afgezet met veel glimmend koperwerk, voorzien van een frivool luifeldakje.

De knappe, donkere ijsverkopers uit de Laars van Europa doen hun werk op een theatrale manier die bij de Nederlandse jeugd in de smaak valt. Zeker, het is wel even wat anders dan die wat stijfharkige, ietwat deftige kikkerlandische ijsbanketbakkers in hun witte jassen.

In 1929 leidt de toevloed van de Italiaanse concurrenten tot de oprichting van de Nederlandsche Bond van Consumptieijsbereiders.

In de jaren ’30 van de vorige eeuw, de tijd van een diepe economische crisis, wenden de verenigde Nederlandse ijsbereiders stevige actiemethodes aan om het de Italiaanse concurrentie lastig te maken het vak uit te oefenen.

Zo oefenen ze druk uit op gemeenten om Italiaanse ijsverkopers niet langer ventvergunningen te verstrekken. Bij veel gemeenten vinden de Nederlandse ijsverkopers gehoor. Gemeenten die toch vergunningen blijven verstrekken aan buitenlandse ijsventers, wordt in de media het vuur aan de schenen gelegd door lokale afdelingen van de ijsbond. Met ingezonden brieven in lokale kranten oefenen ze druk uit om de vergunningverlening te staken.

De voorzitter die decennialang de ijsbond met straffe hand domineert, ventileert in een gedicht in 1934 zijn aversie tegen de nieuwe concurrenten op niet mis te verstane racistische wijze. De ijsverkopers uit het zuiden van Europa omschrijft hij als “zwart als roet en vuil als negers; import van het Italiaanse land”.

In 1935 houden driehonderd Nederlandse ijsbereiders zelfs een demonstratie tegen de branchegenoten uit Italië. En passant wordt het protest trouwens uitgebreid naar Joodse ijsbereiders; enkele Joodse vluchtelingen uit Duitsland hebben namelijk recent in Amsterdam ijssalons geopend.

Hier tussendoor spelen discussies over de nieuwe winkelsluitingswet, die het aantal openingsuren van ijssalons dreigt te beperken.

Als klap op de vuurpijl, neemt bovendien de verkoop van voorverpakt fabrieksijs een vlucht. In steden als Den Haag en Amsterdam worden de straten bevolkt door tientallen karretjes van zuivelfabrieken die, naar Amerikaanse voorbeeld, begonnen zijn met grootschalige ijsbereiding. De opkomst van dit ijs uit de fabriek doet natuurlijk de nering van de ambachtelijke ijsbereiders evenmin goed.

Veel Italianen keren in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog terug naar hun eigen land. Na de bevrijding keren er de nodigen terug. Hoewel ze door velen aanvankelijk worden uitgemaakt voor fascisten, tekenen de Nederlandse en Italiaanse ijsbereiders uiteindelijk de vrede. Wel richten de Italiaanse ijsbereiders een eigen vakvereniging op onder de naam Ital; het wordt hen echter rond het midden van de vorige eeuw toegestaan lid te worden van de Nederlandse ijsbond.

De Nederlandsche Bond van Consumptie-ijsbereiders heeft dan inmiddels een nieuwe vijand. Net als bij de Italianen, zijn het ook in dit geval weer overwegend katholieken; namelijk de frietbakkers beneden de grote rivieren.

Vooral in Zuid-Nederland wint friet sinds de jaren ’20 snel aan populariteit. Menig ijssalonhouder ziet hierin een mooie manier om de winter door te komen. In het zuiden ontstaan hierdoor steeds meer gemengde ijssalons/frietzaken.

Dit is tegen het zere been van het landelijke bestuur van de ijsbond. Ja, friet doet de voorzitter, nog altijd dezelfde, groot verdriet. Opnieuw beklimt hij de barricades; hij is fel gekant tegen de frituristen in de gelederen van zijn ijsvakvereniging. Zijn ijsvereniging is voor gediplomeerde, vakkundige ijsmakers en daarmee basta.

IJsbereiders voelen zich van oudsher verfijnde ambachtslieden van niveau; ze hebben in meerderheid niet veel op met het volkse voedsel dat patates frites heet. Ja, ze kunnen maar weinig respect opbrengen voor ijsbereiders die zich verlagen tot het frituurambacht.

Zo is het; friet is simpelweg beneden hun waardigheid.

Voor veel ijssalons is het echter niet alleen uit luxe dat zij friet en enkele snacks toevoegen aan hun assortiment. Met name in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn veel ingrediënten op rantsoen. Omdat ze maar mondjesmaat grondstoffen krijgen toegewezen, kunnen velen onvoldoende ijs bereiden om in hun onderhoud te voorzien. Daarbij komt nog dat het ijsseizoen in Nederland altijd maar kort duurt, hooguit enkele maanden in het voorjaar en de zomer.

De verkoop van frituurwaar is een voor de hand liggende methode om toch nog een enigszins lonende omzet te behalen.

Hoe het zij; de friettwist leidt in september 1950 tot een katholieke afscheiding.

De frietbakkende ijsbereiders uit Zuid-Nederland richten hun eigen club op onder de naam Nederlandsche Katholieke Bond van Consumptie-IJsbereiders en Patates Frites-Bakkers Sint Pancratius.

De naam van de heilige Pancras, voorvechter van het christendom in de Romeinse Tijd, is vast en zeker bewust toegevoegd. Hij is per slot van rekening één van de vier ijsheiligen.

Enfin.

De afscheiding van de katholieke frituristen zal van korte duur blijken.

Het oprichten van een eigen club blijkt wél een probaat drukmiddel om de koers van de landelijke bond te veranderen. Het bestuur van de nationale ijsbereidersbond beseft dat de opkomst van friet zich niet liet keren.

Ja, patates frites is bezig aan een onstuitbare opmars.

Zoals het produktschap Bedrijfshoreca het in zijn jaarverslag van 1949 vertolkt: “Trof men zogenaam­de frituurrestaurants practisch alleen in het zuiden des lands aan, thans worden bedoelde restaurants, alsmede patates fri­tes-bakkerijen ook in de overige provincies veelvuldig aange­troffen. Veel ijssalons trachten des winters middels de verkoop van patates frites hun bedrijven van seizoenexploitaties in jaarexploitaties om te zetten.”

In 1952 legt de algemene vergadering van de landelijke ijsbond zich neer bij de frietfeiten. Ja, zelfs de naam van de vakvereniging wordt officieel aangepast. De Nederandsche Bond van Consumptie-ijsbereiders heet voortaan Unie van IJsbereiders en Patates Fritesbakkers.

Nu de kogel door alle kerken is, sluiten niet alleen de katholieken zich weer aan. Ook de Verpaba, de Vereenigde Patate Frite-Bakkers, in de veertiger jaren ontstaan als plaatselijke club in Rotterdam, komt de gelederen van de nationale unie versterken.

IJsbereiders annex frituristen uit alle windstreken en van alle gezindten vinden elkaar in een nieuwe gezamenlijke vijand: de landelijke overheid.

Politiek Den Haag werkt namelijk aan een gewijzigde versie van de winkelsluitingswet. Onderdeel van deze wet is het onzalig geachte plan om frietverkoop na zes uur ’s avonds niet langer toe te staan.

De Unie van IJsbereiders en Patates Fritesbakkers slaagt erin dit tij te keren, zodat ook ’s avonds ijs en patat verkocht kunnen blijven worden.

Middenstanders van katholieke, protestantse en atheïstische huize; ze sluiten volgens goed volksgebruik de rijen als de overheid aan hun nering komt. Een kwestie van de spreekwoordelijke koopmansgeest, die dieper dan wat dan ook is geworteld in ons vaderland.

© Ubel Zuiderveld

Hier vind je meer informatie over mijn frietlezingen.

Serie Frietverhalen: alle afleveringen:

Aflevering 1: Frietnationalisme
Aflevering 2: Bruikbare burgervrouwen
Aflevering 3: Ratten en friet
Aflevering 4: Piet bakt friet
Aflevering 5: Katholieke afscheiding

Scroll naar top