Muureten

Vaderlandse trekcultuur

Voor toeristen is hij de blikvanger van de Nederlandse eetcultuur. De automatiek. Vaak bespot, maar misschien wel net zo vaak bezongen. Door Lange Frans & Baas B, Fluitsma & Van Tijn en Benny Neyman. Trouwens, ook Marilyn Monroe maakte gewag van de automatiek. Het beroemdste sekssymbool ooit zong in 1953 “A kiss may be grand. But it won’t pay the rental. On your humble flat. Or help you at The Automat….”

door Ubel Zuiderveld *

Overal ter wereld kun je eten en drinken uit automaten halen. Maar nergens is “snacken uit de muur” zo’n alledaags fenomeen als in Nederland. De gevels met warme snacks zijn vaderlandse folklore geworden en dankzij het hoofdstedelijke familiebedrijf Febo is Amsterdam de hotspot. Toch opende het bedrijf pas in 1960 zijn eerste automatiek. Dat was dertig jaar nadat Nederland op grote schaal kennis maakte met automatieken.

Wallstreet

De eerste hausse was namelijk in crisistijd, na de beurskrach op Wallstreet van 1929, toen in Nederland schraalhans keukenmeester was. De voedingsbodem voor een snel geserveerde goedkope hap was gunstig en dus bood de automatiek uitkomst. De ene na de andere opende zijn deuren en de automatiek begon aan een zegetocht. Vooral slagers en bakkers startten automatieken, maar ook ’s lands grootste horecaconcern Heck’s roerde zich flink. Dagblad Het Vaderland kreeg al snel lucht van deze trend en legde het fenomeen in 1931 uit aan zijn lezers: “De automaat is een machine. Na vulling door menschenhanden wordt ze aan haar lot overgelaten, om langs mechanischen weg den inhoud van het magazijn tegen betaling van het daarvoor verschuldigde af te leveren aan hen.”

Winkelsluitingswet

Ja, rond 1930 werd in ons land de automatiek gemeengoed, maar zijn hoogtijdagen beleefde hij in de jaren ’50 van de twintigste eeuw. Met dank aan de winkelsluitingswet van 1952. Deze wet dicteerde dat bij slagers, bakkers en andere neringdoenden de tent voortaan om zes uur ’s avonds op slot moest, maar de wetgevers hadden buiten de automatiek gerekend. Duitse fabrikanten kregen van Nederlandse ondernemers orders om loketten te maken die aan de achterzijde konden worden bijgevuld. Zodoende konden de retailers ook na zes uur gewoon verder gaan met de verkoop. De automatiek fungeerde een halve eeuw geleden letterlijk en figuurlijk als een doorgeefluik wanneer de winkel gesloten was…

Duitse origine

De automatiek prikkelt tot op de dag van vandaag de Nederlandse handelsgeest, maar toch is ons land niet de bakermat van de verwarmde snackmuren. De automatiek gaat al verder terug dan de grote depressie van de vorige eeuw. Al vanaf het einde van de negentiende eeuw kwamen allerlei vormen van automatenverkoop op, die vooral hun oorsprong vonden in Duitsland. Zodoende kon je ruim eeuw geleden al in verschillende wereldsteden staande een hapje eten in zogenaamde “automatische restaurants”. Zo’n restaurant was omgeven door muren van automaten, die vaak in Jugendstil waren verfraaid. Het was destijds eerder een gimmick dan een solide business en de experimenten met de automatische restaurants waren eigenlijk nergens een lang leven beschoren.

New York

De enige stad waar het fenomeen wel volop wortel schoot was New York. Daar deed horecaconcern Horn & Hardart aan het begin van de twintigste eeuw van zich spreken. Horn & Hardart was begonnen in Philadelphia, maar zijn Automats ontwikkelden zich tot een typisch Newyorks fenomeen. De automatiek veroverde The Big Apple stormenderhand. De mild geprijsde lekkernijen van Horn & Hardart sloten dan ook naadloos aan bij de levensstijl in de snel groeiende metropool, waar van een kapitaalkrachtige middenklasse nog geen sprake was. Newyorkers verdrongen zich bij de loketten van Horn & Hardart om voor een nickle sandwiches, fruit en cakes uit de muur te trekken. Marcaroni met kaas en andere warme gerechten moesten de Newyorkers afhalen aan het buffet, want automatieken met warmhoudplaatjes debuteerden pas later.

Horn & Hardart groeide dankzij de Automats snel. In 1919 had New York 15 cafetaria’s en automatieken, in 1932 waren dat er 32. Om een zo breed mogelijk publiek aan te spreken, draaide de marketingmachine op volle toeren.

Bij Horn & Hardart moest iedereen zich op zijn gemak voelen en waren alle sociale klassen van harte welkom. Een dagbladrijmpje uit 1933 zei het zo: “Said the Technocrat – To the Plutocrat – To the Autocrat – And the Democrat – Let’s all go eat in the Automat!”

Nee, niemand voelde zich te goed om zijn eten uit de vaak fraai gedecoreerde muren van Horn & Hardart te trekken. Kunstenaars, schrijvers, dansers, filmers en muzikanten betoonden zelfs openlijk hun liefde aan de Automat. Edward Hopper, Amerika’s eigen Rembrandt, wijdde één van zijn bekendste schilderijen aan The Automat. Componist en liedjesschrijver Irving Berlin eerde de Automat in zijn werk; zijn musical Face the Music draaide zelfs om de Newyorkse automatiek. Ook filmacteur Gregory Peck stak de loftrompet, en Marilyn Monroe bezong in 1953 met haar zwoele hese stem de Automat in haar evergreen Diamonds Are A Girl’s Best Friend. Op zijn hoogtepunt hielp Horn & Hardart 800 duizend klanten per dag.

Automatiekansichten

Ja, de automatieken van Horn & Hardart waren een attractie van jewelste. Ze stonden afgebeeld op menige Newyorkse ansichtkaart. Dat dit tegenwoordig niet meer het geval is, komt doordat Horn & Hardart niet meeging met de tijd. Het vervreemdde hierdoor de opkomende middenklasse van zich. Dat was het begin van het einde. In 1966 kwam het concern in de rode cijfers terecht, in 1991 sloot de laatste Automat in New York. Daarna kwam het tussen de Newyorkers en de automatiek nooit meer goed. Zij zochten en vonden hun heil bij McDonald’s, Burger King en Wendy’s. De automatiek had voorgoed afgedaan. Nog relatief kort geleden bleek dit weer eens overduidelijk. Met behulp van een Groningse leverancier bracht Bamn! Food in 2006 de Automat terug naar The Big Apple in de vorm van een trendy automatiekhal met roze verlichting. Maar de Newyorkers omarmden de automatiek niet opnieuw zoals ze vroeger hadden gedaan en na drie jaar was het over en sluiten voor Bamn! Food.

Amsterdam, Amsterdam

Amsterdam nam het stokje over van New York. Op de erfenis van de bloeiende Nederlandse automatiekcultuur in de jaren ’30 en ’50 bouwde Febo in Mokum een klein imperium. Amsterdam werd de nieuwe automatiekhoofdstad van de wereld. Dat was op het nippertje, want als Febo in 1960 niet was begonnen, was de automatiek in ons land zeker net zo roemloos ten onder gegaan als in New York. Rond 1955 telde ons land nog duizenden automatieken, maar in 1960 was dat aantal al flink geslonken. De daling bleef doorzetten. In 1973 waren er 534 automatieken, tien jaar later nog 106 en van lieverlede staakte men daarna maar met de registratie.

Febo groeide echter, mede dankzij de verse snacks uit eigen fabriek, gestaag en tegen de trend in. Het concern trok de automatiek door een diepe crisis en vanaf 1990 zette zowaar de groei weer in. Tankstations, discotheken en cafetaria’s begonnen weer te investeren in snackloketten om hun bijverkoop te stimuleren. De Muur werd gered van de ondergang en zo kan het zijn dat anno 2012 geen Nederlandse stad compleet is zonder gevels met verwarmde snackloketjes. Sterker, de automatiek is zelfs gaan behoren tot ons erfgoed. Hij is een beetje een symbool geworden van de vaderlandse eetcultuur en dus onze identiteit.

Dit betekent dat je de automatiek te pas en te onpas tegenkomt als figurant. Mannenmagazine Playboy gebruikte hem in advertenties om abonnees te werven. Een vacaturebank zette de automatiek in om zijn ‘vette banen’ onder de aandacht te brengen. Popzender 3FM zamelde geld in met de automatiek. Via automatieken worden kunst, telefoonabonnementen, brillen en speelgoed aan de man gebracht. Het Nationaal Historisch Museum exposeerde in een automatiek voorwerpen uit de vaderlandse geschiedenis. En natuurlijk worden via de loketten andere voedselproducten verkocht dan kroketten, frikandellen en hamburgers alleen. Menige boer heeft groot uitgevallen luikjes op zijn erf om verse eieren, groenten en fruit te promoten. Meesterkok Albert Kooy stopte haute cuisine in de snackloketjes. Enzovoorts en zo verder…

Op digitale toer

De mechanische automatiek zelf innoveert ondertussen rustig verder. Hij ging op de digitale toer. Dit betekent dat we eigenlijk niet meer kunnen spreken van “iets uit de muur trekken”, want we moeten namelijk duwen op een knop, waarna een luikje zich met geruisloze precisie opent. Betalen kan met een pasje of de mobiele telefoon. Hiermee is de automatiek helemaal bij de tijd, al is de automatiek natuurlijk nu al voor eeuwig deel van onze cultuur. Onder meer dankzij Nederlands officieuze volkslied 15 Miljoen Mensen van Fluitsma & Van Tijn.

Die zongen immers: “’t Land dat zorgt voor iedereen. Geen hond die van een goot weet. Met nasiballen in de muur. En niemand die droog brood eet.” En wat te denken van de vaderlandse volksrap bij uitstek? In Het land van… van Lange Frans & Baas B horen we: “Het land van gierig zijn. Een rondje geven is te duur. De vette hap van Febo. Trek je uit de muur….” Trouwens, ook de beginregels van Benny Neymans evergreen Vrijgezel zijn onverwoestbaar: “Hij is zo zielig, zo alleen. Zijn eten haalt ‘ie uit de muur.” Ja, de automatiek zit diep in onze volkse eetcultuur.

Meer eterij op Ubelski: Slordig belegd broodje, Alberts horeca, Frietnationalisme

* Zuiderveld schreef een boek over Febo. Dit verhaal verscheen in Bouillon.