Kerstcampagne

Kerst1000

ubelski: januari 2020

De campagneactie heeft plaats op zo’n kille, druilerige avond waarvan ons landje in december vlak voor de feestdagen vergeven is. Het is koopavond, een volledig overbodige koopavond. Zo’n extra koopavond midden door de week, waarvoor niemand tijdens het machtsvacuum tussen Sint en de kerstman warm wil lopen. Gewoon niet, omdat het dan nu eenmaal steevast suïcidaal mistroostig weer is.

Twinkelende kerstverlichting in de winkelstraten moet nog enig middenstandelijk elan van betekenis suggereren. Het resulteert vooral in treurig stemmende en volkomen misplaatste frivoligheid. Nee, het sierlicht doet niet veel anders dan zich doelloos reflecteren in het plaveisel van de lege vochtige straten van het koopcentrum, dat zich doorgaans afficheert als de consumentenmagneet voor een grote regio.

Vanzelfsprekend heb ik mijn partijgenoten vooraf gewaarschuwd. Okay, hun idee is best wel leuk en aardig, en natuurlijk wil ik geen spelbreker zijn, maar waar is dit nou allemaal toch goed voor? Het komt immers allemaal veel te vroeg. Wie gaat er nou campagne voeren in december op een doordeweekse koopavond als de raadsverkiezingen pas in maart zijn van een nog komend jaar vol nieuwe kansen? Maart, als de missie met een beetje goede wil begunstigd wordt door een vroeg lentezonnetje. Nou, welke andere partij verzint zoiets? De plaatselijke afdeling van de Partij van de Arbeid in mijn dorp dus.

En iedereen moet een sandwichbord om. Als reclamepoppetjes gaan ze/we de straat op, met een gitzwart leeg krijtbord om de nek. Opdat de potentiële kiezers er iets op kunnen schrijven met krijt. Ach welaan. Je kunt bij voorbaat voorzien welk verwoestend effect de hoge luchtvochtigheid op de krijtnotities zal hebben.

Enfin, regeren is vooruitzien en dus verzamelen wij ons als partijleden in de lobby van het oude gemeentehuis. Daar is de hele donderse rooie mikmak bij elkaar. De sandwichborden staan klaar. Natuurlijk draagt iedereen een rode jas, sommigen een rode cap, anderen een rode sjaal. Over een stoel hangt nóg een rood pak. Daarover heen is iets gedrapeerd dat lijkt op zo’n grote dot watten, ruim voldoende om een gutsende wond te stelpen tijdens een bijkans fatale operatie.

“Wat is dat dan?” vraag ik campagneleider Theo.

“Kameraad Zuiderveld,” spreekt Theo plechtig. “Kameraad, dát is nou het kerstpak dat wij speciaal voor jou hebben gehuurd. Want daarin ga jij vanavond onze kiezers overtuigen dat ze straks in het stemhokje de enige juiste keuze moeten maken.”

Theo bezigt vaak het ouderwetse communistenwoord “kameraad”. Hij spreekt het altijd uit met dikke ironie.

“Hoe bedoel je?” vraag ik als door een wesp gestoken. “Je denkt toch zeker niet dat ik verkleed als malloot op koopavond door het dorp ga banjeren?” En ik laat erop volgen “Ik mag dan wel rood zijn, er zijn grenzen. Dit is zo’n grens, dé absolute grens.”

Campagneleider Theo blikt of bloost niet.

Hij pakte iets van de zitting van de stoel. Nee hè, een koperen kerstbel. Theo zwaait ermee op en neer en heen en weer en roept luid “Ho, ho, ho!”

Terwijl de rest van de rode kameraden druk doende is zich te omhullen met sandwichborden, ga ik het liefst ondergronds.

“Kameraden attentie!” roept Theo op geaffecteerde toon. “Kameraad Zuiderveld hier weigert een dienstbevel. Hij wil niet onze kerstman zijn. Hebben jullie dat goed gehoord?”

Niemand reageert, behalve ik. “Alles goed en wel, ik ben niet zo gek dat ik in een kerstpak de idioot ga uithangen in het dorp! En in zo’n bord krijg je mij trouwens ook niet.” Ik jammer erbij als een mokkende huilebalk van een kind.

Theo legt zich bij mijn gemok neer. “Goed kameraad Zuiderveld. Dan zal Theootje het zelf wel weer doen. Maar deze weigering zal natuurlijk niet zonder repercussies blijven. Uw weigering kán dus gevolgen hebben voor uw plek op de kandidatenlijst, dat begrijpt u zeker wel.”

Een paar minuten later loopt ons campagneteam als een stel misplaatste heilssoldaten door het verpletterend verlaten koopcentrum van het kiesdistrict. Gelukkig moeten voorbijgangers moeite doen om mij en mijn rooie strijdmakkers te herkennen. Niet alle winkels zijn open. Dus is het op sommige stukken van de winkelstraten behoorlijk duister. Ik maak daarvan gebruik en ontwijk zoveel mogelijk het licht dat de etalages en reclamebakken her en der over het natte plaveisel werpen. Eerlijk gezegd, ik ben niet de enige. Iedereen loopt er met z’n lege sandwichborden een beetje bij of hij/zij er niet bij hoort. Onder aanvoering van kerstman Theo, wiens enthousiasme geen grenzen lijkt te hebben. Hij blijft maar zwaaien met zijn kerstbelletje en “Ho, ho, ho!” roepen. Soms roept hij godbetert “Ho, ho, ho, de PvdA is zo!” Nee, het kan Theo allemaal niets verdommen.

Nou is hij als enige van de rode troepen eerlijk gezegd ingedekt; hij is namelijk volledig onherkenbaar. De kerstbaard is zo slordig geplaatst dat hij vrijwel Theo’s hele gezicht bedekt, op een streepje rond zijn ogen na. Het ding hangt trouwens net zo scheef als de onderkaak na een flinke beroerte.

De meeste passanten, veel zijn het er godzijdank niet, lopen op eerbiedige afstand langs ons, plaatselijke sociaaldemocraten, heen. Met dikke mutsen op hun gebogen hoofden. Alleen als ze vlakbij zijn, zie je een enkeling even kort een meewarige blik werpen. Hierbij meen ik dat ik ze stuk voor stuk meesmuikend zie glimlachen. Ja, je ziet en hoort ze denken: “Die PvdA’ers weten langzamerhand ook van radeloosheid niet meer wat ze moeten doen om mensen nog zo gek te krijgen op hen te gaan stemmen.”

Hoewel zich dus op deze druilerige koopavond maar luttele levende zielen op straat vertonen, zijn er toch een paar verdwaalde koukleumen zo gek om met krijt iets te schrijven op de lege sandwichborden. Het idee is om dagelijkse ergernissen van de potentiële lokale kiezers te inventariseren. Dus staan na een uurtje slenteren onder de slordig geplakte PvdA-logo’s zaken van belang geschreven als: “overlast van hondenpoep” en “het slechte weer in Nederland”. Maar vooral treffen ik en mijn medestrijders stevig ingepakte dorpsgenoten die eigenlijk niets kunnen verzinnen. Ze zijn best behoorlijk tevreden hoe het allemaal gaat in het dorp, zeggen ze. Ondanks stevig aandringen en zelfs concrete suggesties van enkele van mijn mede-sociaaldemocraten, laat het schaars opgekomen kiezersvolk zich geen lokale ergernis van betekenis aanpraten.

Het hoeft geen betoog dat de geestdrift van kerstman Theo hieronder niet noemenswaardig lijdt.

Uitgesproken euforisch is hij zelfs als hij ziet dat er voor de ingang van de HEMA een kerstman warme chocolademelk staat uit te delen. “Een hulpkerstman! Een collega!” roept Theo uit. Hij stormt er wild zwaaiend met zijn rinkelende belletje op af. De HEMA-kerstman heeft, net als wij, niets te doen. Dus drinken we bij zijn wankele campingtafeltje met HEMA-kerstkleedjes lang en uitvoering warme chocolademelk. Ik en mijn mede-rooien trappelen ondertussen met onze voeten om warm te blijven. Na een kwartiertje neemt Theo omstandig afscheid van zijn collega uit Lapland. Ja, we moeten hem bijna meesleuren. “Nou, succes de komende dagen collega. Ho, ho, ho, zeg ik altijd maar!” zegt Theo. Gelukkig laat hij bij het afscheid het koperen belletje onaangeroerd.

Als een stel verzopen katten betreedt ons campagneteam kort daarna de lobby van het gemeentehuis weer. Het is aan de wandelende sandwichborden af te lezen dat niemand bijster over het resultaat van de missie te spreken is. De stemming voelt zelfs zo neerslachtig aan dat je moet vrezen voor de glans van de rest van de campagne. Ongetwijfeld vraagt een enkele verkiesbare kandidaat zich zelfs ernstig af waaraan ‘ie in godsnaam begonnen is.

Kerstman Theo niet. Die roept, terwijl hij zijn baard over zijn hoofd trekt “Nou was dit een eclatant succes of was dit géén succes?” Niemand voelt de dwingende noch dringende behoefte een officiële reactie van enige betekenis te geven. Maar Theo weet niet van wijken. “Kameraad Zuiderveld. U stuurt toch wel een stukje met een foto naar de krant hè? Het nieuws van deze glansrijke campagne mogen onze kiezertjes natuurlijk niet missen!”

Theo zwaait nogmaals met zijn belletje om zijn boodschap kracht bij te zetten.

Ik roep krachteloos “Ho, ho, ho!”

Scroll naar top