Klotewedstrijd

Klotewed1000

ubelski: januari 2020

“Wat ‘n ongelooflijke k-wedstrijd!” Zeg ik een beetje schertsend kort na middernacht, in de auto terug naar ons dorp. “Dat heeft Joost toch niet verdiend. Of wel dan?!” Mijn drie kameraden grinniken ingehouden.

Daarna is het stil in de BMW en waait en regent het buiten nog net zo hard als eerst.

We schrikken op als Henk op zijn stuur slaat.

“Shit man! Ik had zo gehoopt zoiets nooit te hoeven meemaken.”

“Hoe bedoel je?” vraag ik. “Bedoel je dat jij als eerste had gewild?”

“Precies!” zegt Henk.

Henk heeft hartproblemen, al best wel lang eigenlijk.

“Ik heb altijd gedacht dat juist dít mij daardoor allemaal mooi bespaard zou blijven.”

Paul zwijgt op de bijrijdersstoel. Hij is de betekenisvolle zwijger van onze vriendenclub. Sjak zit naast mij achterin. Twee jaar geleden is hij zestig jaar geworden. Als eerste van ons vieren. “Tja,” zegt hij alleen.

Weer is het stil. De motor van de auto ronkt door voelbare verslagenheid heen; het lijkt of hij veel harder klinkt, ineens. Ja, Feyenoord was deze avond volkomen kansloos. Net als Joost. Bij hem thuis hebben we de wedstrijd bekeken. Joost woonde altijd in ons dorp. Toen hij een nieuwe vriendin kreeg, verhuisde hij een stadje verderop. Twee weken geleden whatsappte Joost een dodelijk kort bericht: “Net terug van de dokter. Einde oefening.”

Einde oefening. Aan die woorden denk ik nu, in mijzelf achterin de auto, maar ze galmen eigenlijk aldoor door mijn hoofd. Ja, misschien is het leven één lange oefening, bedenk ik. Als je goed genoeg bent voor de generale repetitie, je draai hebt gevonden, trekken ze het podium onder je vandaan. Wie “ze” zijn, dat weet ik trouwens verder ook niet.

We passeren het naambord van ons dorp.

Henk zegt: “Aanstaande dinsdag; moeten we daar nog iets mee?” Dinsdag. Joost heeft ons net verteld dat hij op die dag gaat trouwen met zijn vriendin. Het heeft vooral iets te maken met zijn ex, een huis, de erfenis en de kinderen.

“We moeten ze natuurlijk wel gewoon feliciteren,” zegt Sjak.

Wij mompelen instemmend.

“Verder niks?” vraagt Henk.

“Misschien moeten we dat aan onze vrouwen overlaten,” zeg ik.

Paul zegt: “Ja, die weten vast wel wat. Vrouwen zijn beter in dat soort dingen.”

Scroll naar top