Muzikant Appie Alberts is overleden. Hij werd 79. Aan onze ontmoetingen heb ik goede herinneringen. Onderstaand interview maakte ik in 1985 voor muziekmagazine Gig.
Het veenkoloniaal gebied rondom Veendam is één grote platte vlakte. De verveende grond is doorsneden met kaarsrechte lijnen, wegen en kanalen. Hier werd lang geleden geploeterd door turfstekers. Dit is het land van scheikundige, schrijver maar bovenal muzikant doctor Albert Appie Alberts.
De songs op de nieuwste elpee Cafe Racer van hem en zijn Doctors vat hij samen onder de noemer Gasjump ofwel City Billy: het is jazzy muziek met rockabilly invloeden. Het is pure muziek, zo eerlijk als het land waarin hij woont en waarvan hij houdt.
Daar, zittend achter het raam van zijn huis aan de rand van Veendam en turend over de vlaktes, droomt hij van het land aan de monding van de Mississippi, het land van jazzkoning Louis Armstrong. Nee, de bijna veertigjarige Alberts zou van een midlife crisis geen weet hebben als hij in Armstrongs voetstappen over Bourbon Street in New Orleans zou kunnen lopen.
Dubbelleven
Onmiddellijk nadat Appie Alberts in 1974 als chemicus afstudeerde en dr. voor zijn naam mocht zetten, vertrok hij naar de Verenigde Staten. Hij kreeg een baan bij een kerncentrale in Californië. Het onderzoekscentrum voor alternatieve energiebronnen in Straatsburg en TNO in Utrecht waren de daarop volgende werkgevers van Alberts. Hij maakte in de scheikundige wereld furore en verdiende “niet onaardig”.
In Utrecht begon hij een dubbelleven te leiden. Het tweede leven speelde zich af in nachtelijk Groningen. “Ik was in Utrecht, ik woonde daar, maar ik kon daar niet zo goed uit de voeten,” vertelt AA. “Dan pakte ik mijn Peugeotje en reed ik naar Groningen. Ik had daar meteen een band. Dan stond ik te tetteren in De Kattebak of De Koffer, en meteen met goeie jongens. Om zes uur was ik dan weer in Utrecht. Nog een uurtje slapen en dan om acht uur naar het werk. Dat vreet aan je. Ik raakte aan de drank en zo. In eerste instantie heb ik toen nog gekozen voor de chemie, maar uiteindelijk kroop het bloed toch waar het niet gaan kon en ben ik de rock ‘n roll in gegaan.”
Contract bij CBS
AA & The Doctors wordt de definitieve naam van een band die in de loop der jaren aan diverse personeelsveranderingen onderhevig zal zijn. De muziek is vuile rock ’n roll en rhythm and blues. De plaat die hieruit in het voorjaar van 1982 tevoorschijn komt luistert naar de titel Wash Ma Brain. CBS is de platenmaatschappij van dienst, en die verlengt het contract met de groep niet als de elpee en de single Apocalypso commercieel floppen.

“Een bestaan met waanzinnige trips en flips,” is de ervaring van de doctor. The Doctors waren patiënten geworden, maar Appie Alberts zou zijn titel in de chemie geen eer aandoen als hij was gestopt met experimenteren. Van de Doctors uit de Wash Ma Brain-tijd is alleen nog gitarist Rudolf Lentze over. Lokale, en in sommige gevallen nationale, giganten als Peter Walrecht, Klaas Post, Gerrit Veen en Lourens Leeuw ruimden het veld voor bassist Harry van Lier en drummer Wessel Mepkees.
Eigen beheer
Cafe Racer is in eigen beheer opgenomen, de eerste oplage is duizend stuks. “We waren blij met deze band en we hadden het geld,” zegt de doctor. “Per abuis krijg ik tegenwoordig veel royalties overgemaakt van de Buma. Royalties die altijd gericht zijn aan ene K. Alberts. Bovendien heb ik een erfenis van twaalfduizend gulden gekregen.”
Twee weken voor het interview werd de elpee in een Groningse motorclub gepresenteerd. “Er zijn nu vijfhonderd verkocht. In het hele land ja. Ik laat ze distribueren door een kennis die een koeriersdienst heeft. En ik kan je vertellen dat ik aan die plaat in deze twee weken meer heb verdiend dan bij CBS in drie jaar. Ik doe ’t nooit weer, zo’n platencontract. Deze elpee is gemaakt in een romantische setting. Dit is niet bedoeld als massaproduct,” lacht hij, “maar als collector’s item.”
Indo en piraten
De songs zijn opgenomen in een piratenstudiootje in het Oost-Groningse dorp Blijham. “Als je de plaat draait moet je de bas helemaal opengooien. Bij het persen is die er een beetje uitgevallen, ik snap niet hoe dat kan.” Alberts vertelt voor de persing een onafhankelijk bedrijfje in Haarlem te hebben gevonden. “Dat is zo’n perserijtje waar van die Indonesische plaatjes worden gemaakt. En van die Kilima Hawaiian-toestanden. Nee, ik wil niks meer met die officiële business te maken hebben.”
“Ik heb nu twee jaar achter elkaar intensief naar de radio geluisterd. Ik kan ’t niet meer proppen, die Durans. Billy Oceans en Tears for Fears. Iedereen schrijft tegenwoordig maar liedjes. Allemaal muziek met van die computers. Ik heb er bewust naar gestreefd om anti-computermuziek te maken. Drumcomputers zijn beter dan de meeste drummers. Maar ik heb ritmes gemaakt die niet door die dingen kunnen worden nagedaan.”
Nieuwe Iggy Pop?
Alberts is niet alleen zat van de Wild Boys, European Queens en Lover Boys op de radio, hij is er ook hoogst verbolgen over dat goede muziek die nog wèl wordt gemaakt, niet meer te horen en niet meer te koop is. “Waar zijn de nieuwe Iggy Pops en James Whites? Ze hebben vast nieuwe platen, maar ik hoor ze niet meer, ik zie ze niet meer in de winkels. En als je niet op z’n tijd een Charlie Parkertje hoort, waar blijf je dan!? Vroeger zat je ergens en dan hoorde je ineens iets waarvan je dacht dat is te gèk, en je rende naar de platenzaak. Dat gebeurt me niet meer en dat verontrust me,” proclameert Alberts.
Slow jazz
Toch beweert Appie de meeste songs op Cafe Racer van de straat te hebben opgepikt. “Ja, maar niet van de radio. Er staan een paar nummers op waar mensen gewoon mee aan kwamen zetten, zo van dit móet je horen man! Ik heb bijvoorbeeld een song van The Cramps op de plaat gezet, te gèk vind ik dat.”

Drie van de tracks zijn van Alberts’ eigen hand. Hoogtepunten zijn de slow jazznummers You’ve Changed, bekend van Billie Holiday, en The Other Woman dat ooit door Nina Simone is vertolkt. “Ja, die songs, daar gáát het ons om,” is de reactie van Appie Alberts.
Saxsensatie
In tegenstelling tot Wash Ma Brain is op Cafe Racer de saxofoon van de Veendammer dominant aanwezig. “Mijn vroegere band vond dat ik het niet kon, dat saxofoon spelen. Zij hebben er toen voor gezorgd dat het er niet op kwam. Maar ik ben gewoon een sensatie als saxofonist! Rosa King, waar ik gisteren nog mee speelde, en Hans Dulfer vinden dat ook. Ja, we gaan echt de kant van de jazz op. Als we optreden is een groot deel improvisatie. Qua markt zit ik nu halverwege Willem Breuker.”
Klei-kloten
AA & The Doctors hebben gemiddeld drie optredens per week. “We spelen in alle hoeken en gaten voor alle bedragen. Maar het minimum is honderd gulden per persoon. Dat verdient de barman ook op een avondje,” vertelt de man die later op de avond voor dertig man speelt in de Groningse bar-dancing De Koffer. “Wij treden echt overal op. Iedereen denkt altijd dat je ’t in de stad moet maken. Maar dat is niet zo. Eerst moet je ’t plattenland veroveren. Kijk maar naar Brood, Doe Maar en Normaal. Eerst moet je met de kloten op de klei. Wij zijn gróót in Emmen màn!”
“Bovendien vertik ik het om naar de Randstad te gaan om het te maken. Moet je nu nog helemaal naar Veendam? vragen ze altijd als we daar optreden. Nou, we rijden dat stuk drie keer in de week als het moet.” Toch zijn er plaatsen waar AA & The Doctors niet live te zien is. “Ja,” beaamt de bandleider volmondig. “Er is een club in Assen waar ik niet weer optreed. Daar loopt een gozer rond die mij dood wil schieten. Er lopen gewoon ontzettend veel mafkezen rond in de popscene.”
Jazzmekka
New Orleans, het mekka van de jazzmuziek, dáár wil Appie Alberts uiteindelijk naartoe. “Ik doe momenteel niets anders dan schepen bouwen om daar naartoe te varen. Schepen, platen bedoel ik. Maar ik ga niet eerder dan dat ik uitgenodigd word. In de scheikunde gebeurde dat ook, dus waarom nu niet? Mijn singeltje Apocalypso is trouwens door één of ander radiostation in de States geplugged. Op een dag belde er iemand op die het in Amerika wilde uitbrengen. Dat is toen ook gebeurd, geloof ik.”
Blazen
Tussen Wash Ma Brain en Cafe Racer zaten drie lange jaren. Alberts wil niet weer zolang wachten met het uitbrengen van een plaat. “De volgende moet hier snel achteraan komen. Ik bedoel, toen we de studio ingingen om Cafe Racer te maken, hadden we ook nog maar vier songs. En toch was die plaat in drie dagen vol.”
Niet denkbeeldig is dat er daarnaast ook weer eens boeken van de doctor zullen verschijnen. “Ja, ik schrijf. Ik ben onder meer de huisgek van het Amsterdamse universiteitsblad Propria Cures, daar publiceer ik stukjes in. Verder verschijnt in de Winschoter Courant onregelmatig een column van mijn hand. En ik heb drie boeken geschreven. Desertie in vredestijd is de eerste. Dat gaat over het beeld dat ik van de wereld heb. Blazen is de tweede. Het is een rock ’n roll bijbel die bestaat uit Bescheurkalender-achtige stukjes. En dan heb ik nog Amazonekoorts, dat is een klassiek epos.”
Net zo gedreven bulderend als hij eraan begonnen is, besluit doctor Albert Alberts het interview.
Foto: ontleend aan Gig Direct Music Magazine, 1985.
Gestrande liefde: Appie op sax