Slordig belegd

halfomslordig

ubelski: augustus 2020

Zit ik achter de jurytafel van de vakwedstrijd Lekkerste Broodje van Nederland, dan schiet mij onwillekeurig altijd wel even het slordig belegde broodje te binnen.

Niet dat wedstrijdbroodjes doorgaans met de Franse slag zijn bereid en sprake is van nonchalant gedeponeerd beleg. Nee, zeker niet, het tegendeel is eerder het geval.

De laatste stand van zaken in broodjesland ken ik trouwens niet eens zo goed. Het komt er zelden meer van dat ik nog belegde broodjes jureer.

Maar gedurende mijn loopbaan passeerden er vele tientallen, ach wel ettelijke honderden, de revue. Tijdens voorrondes op een koude plek in een groothandel, tijdens halve finales, bij de finales op de horecavakbeurs.

Het zijn niet zelden ware kunststukjes, waarbij de deelnemers zich hebben uitgeput om de ingrediënten, de kleurstelling en de presentatie af te stemmen op een thema, vaak een actueel thema.

Ik herinner mij broodjesnamen en bijbehorende thematische uitwerkingen als Broodje Vermeer, Rasta Bol, Jampioentje, Vega Italia en Toscaanse Klompendans.

Maar bij de aanblik van al die kleurrijke broodjes, fraai gerangschikt op een speciale showtafel op de vakbeurs, dwaalden mijn gedachten dus altijd even af naar hun slordig belegde soortgenoten.

In mijn jeugd was het slordig belegde broodje best wel een soort van staande uitdrukking. Ja, ik weet zeker dat hij in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw in Groningen regelmatig in de mond werd genomen, het slordig belegde broodje.

Daarna ging ik het minder horen. Al heel lang verneem ik zelden meer iets van de slordig belegde broodjes. Ik heb het idee dat het slordige broodje met andere altmodische taalrommel voorgoed naar de hoogste en donkerste zolder is verbannen.

Zijn wij misschien te netjes geworden? Moet het belegde broodje net als alles tegenwoordig passen in een strak format?

Slordig. Volgens Van Dale’s wijze woordenboeken betekent het niet alleen dat iets of iemand niet netjes is, maar ook “van meer dan behoorlijke grootte”. Ja, dat waren en/of zijn deze broodjes wel.

Enfin. Ik vroeg mij af: waar komt het slordig belegde broodje nou eigenlijk vandaan?

Een vermoeden heb ik wel. In Groningen waren in mijn jeugd een paar Amsterdamse broodjeshuizen.

Je had er heel lang eentje vlak tegenover de personeelsingang van de redactie van het Nieuwsblad van het Noorden. Wel handig als ik voor, na of tijdens een freelance-dienst op de burelen van het dagblad een broodje warme worst wilde scoren.

De broodjeshuizen van Amsterdam; dat was goeddeels een joodse aangelegenheid. Het bekendste broodjesfenomeen van deze zaken was het broodje halfom; is het dat eigenlijk nog? Nou goed; het was in elk geval een broodje met een overdaad aan plakken pekelvlees en gekookte lever, vaak geserveerd tussen een vloerkadetje.

Half pekelvlees, half lever; half-half en daarom halfom. Het pekelvlees en de lever kwamen van het rund; zodoende pasten de broodjes in het dieet van de meeste joden. De meeste, niet alle joden, want er zijn er ook die helemaal geen orgaanvlees eten.

Enfin. Wie helemaal niet kosjer at, nam er soms spekjes bij.

Al halverwege de negentiende eeuw, zo vertelt mij de website Mokums.nl, is het broodje halfom waargenomen in Mokum. De website weet ook te vertellen dat halfom een staande joodse uitdrukking is geworden, die vaak gepaard gaat met een knipoog en een veelbetekenende lach.

Bestaat in een conversatie over wat dan ook enige twijfel of onduidelijkheid, kan het nog alle kanten op, kan het vriezen en/of dooien, dan is een kwestie halfom.

Goed.

Het broodje halfom was niet alleen royaal, maar ook ietwat slordig belegd. Vandaar de naam slordig belegde broodjes? Is het een soort van geuzennaam voor broodjes halfom en zijn soortgenoten, zoals het eveneens bekende broodje pekel?

Om slordig belegde broodjes te kunnen lokaliseren en dateren, zoek ik in het online krantenarchief van Delpher.nl. De oudste annonce waarin ze voorkomen, de rommelige broodjes dus, stamt uit 1921.

Locatie van handeling is Amsterdam noch Groningen, maar Overijssel. Sprake is van ene Jan Smeenk, wijlen Jan Smeenk wel te verstaan, wiens restaurant in Worp “in en buiten Deventer een grote vermaardheid bezat wegens de slordig belegde broodjes”. Worp; dat is de historische bebouwing op de westoever van de IJssel, de stad zelf ligt aan de oostkant, over de IJssel in Overijssel.

Smeenks koffiehuis ’t Spijker in Worp was dus honderd jaar geleden al wijd en zijd beroemd vanwege zijn slordige belegde broodjes.

Was Jan met slordig belegde broodje een pionier? Of deed hij gewoon inspiratie op bij de joodse ORT-broodjeshuizen in Amsterdam? ORT, dat staat voor Onder Rabbinaal Toezicht; een rabbi keek toe of het allemaal wel kosjer genoeg was.

Enfin, het slordig belegde broodje marcheerde op in ons land.

Slagerijen spelen een een grote rol bij de popularisering. Tijdens de slagersvakbeurs van 1928 lopen de slordig belegde broodjes in het oog. Een dagbladjournalist schrijft over de tentoonstelling in de Utrechtse Jaarbeurs: “Een aardige stand is die van den Utrechtsche slager A. F. van Rijn, waar slordig belegde broodjes à 25 cent verkrijgbaar zijn.”

Dreef slager Van Rijn in de Domstad een joodsche vleeschwarenzaak? Het lijkt erop. Maar zekerheid krijg ik niet tijdens een virtuele zoektocht.

In elk geval raakt het slordig belegde broodje ingeburgerd. Het lijdt geen twijfel dat vooral na de Tweede Wereldoorlog het fenomeen hoogtij viert. Schraalhans is keukenmeester. De behoefte aan kleine, goedkope gerechten is enorm in de naoorlogse jaren. Naast frietzaken en cafetaria’s, schieten broodjeszaken als paddenstoelen uit de grond in de tweede helft van de jaren ’40.

In 1949 brengt koningin Juliana vergezeld van haar dochters Beatrix en Irene een bezoek aan de slagerijtentoonstelling in De Jaarbeurs. Ze krijgen een koffietafel voorgeschoteld; heeft de organisatie het aangedurfd om de broodjes van de royals slordig te beleggen?

Elders in het beurscomplex is de belangstelling in elk geval enorm. Een verslaggever noteert: “De meeste aftrek vond bij de talloze bezoekers de stand met het opschrift ‘slordig belegde broodjes’ en men zou zich mogen wensen nooit minder slordig belegde broodje te hoeven consumeren.”

Ja, het broodje is definitief ingeburgerd.

Ik stuit op een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden, een editie uit november 1964. Naast de burelen van de krant opent een Broodjeshuis. Wervend staat geschreven: “Keuze uit meer dan 30 stuks slordig belegde broodjes”.

© Ubel Zuiderveld
deelt kennis en duidt trends over eten en drinken buitenshuis | hier vind je meer informatie over zijn bedrijf Foodservice Watcher.

Scroll naar top