Volksvoedsel

Troelstra Pieter Jelles

ubelski: mei 2020

In mijn woonplaats ben ik actief voor de Partij van de Arbeid, sinds begin vorig jaar als fractievoorzitter in de gemeenteraad. Een groot deel van mijn vrije tijd wordt opgeslokt door werk voor de sociaaldemocratische volkspartij. Voor mijn werk schrijf ik veelvuldig over de wereld van de friet en de frituur.

Ik vind die twee eigenlijk best goed bij elkaar passen. Per slot van rekening: het is maar een kleine stap van de cafetaria op de hoek, verkooppunt van volksvoedsel, naar de arbeiderspartij.

Ja, de PvdA staat primair aan de zijde van werknemers. De belangen van werkgevers; daar zijn weer andere partijen voor. Het mag dus geen verwondering wekken, dat de friet verkopende ondernemers niet zo gek zijn op mijn sociaaldemocratische partij.

Ik herinner mij een onderzoek van bureau Lenting & Partners uit 1994. Vakblad Snackkoerier schreef naar aanleiding hiervan: “De PvdA mag dan bij de Tweede Kamerverkiezingen als grootste partij uit de bus zijn gekomen, onder cafetariahouders is de aanhang minimaal. Slechts één procent gaf zijn stem aan de partij van Wim Kok.”

Eén procent. Dat was de score in een tijd dat de PvdA groot was, erg groot zelfs. Je mag dus aannemen dat tegenwoordig mijn partij die ene procent bij cafetariahouders niet eens meer aantikt.

Enfin, het zij zo.

Een paar jaar geleden was ik op vakantie in Friesland. Ik bezocht het wonderschone dorpje Stiens. Stiens; daar groeide Pieter Jelles Troelstra op.

Troelstra was ooit de leider van de SDAP, de rechtstreekse voorloper van de PvdA. In 1917 probeerde de Fries in ons land een arbeidersrevolutie te ontketenen. Dat mislukte faliekant; het is één van de grote canards uit onze politieke geschiedenis.

Enfin, terug naar onze tijd. Tot mijn verrassing stuitte ik in Stiens op een snackbar die de naam van Troelstra draagt. Eatcorner Pieter Jelles; zo heet de cafetaria.

Is het de enige snackbar van ons land die vernoemd is naar een politicus? Het zou zomaar kunnen, en nog wel ’n rooie politicus ook.

Deze column is gepubliceerd op Smulblog.
Hier kun je meer Smulblog-columns lezen.

Scroll naar top