Brood

Venijn moet het zijn…

Het onderstaande interview met Herman Brood stamt uit het voorjaar van 1985. Het werd gepubliceerd in de zomereditie van tijdschrift Gig Direct Music Magazine, in de aanloop naar de verschijning van Broods live-album Bühnensucht.

door Ubel Zuiderveld

Na vier Panama’s-cognac met Tia Maria, verlaat hij het café om bij de Bruna in de Leidsestraat een muziekkrant Oor te kopen. Een kwartier later komt Herman terug: hij bestelt twee Panama’s, gaat aan het tafeltje zitten en laat de interviewer triomfantelijk een paar kleurrijke ansichtkaarten zien met afbeeldingen van paus Johannes Paulus II en Hare Majesteit koningin Beatrix.

Paus, Beatrix en Brood

Als de borreltjes worden gebracht, bestelt hij er gelijk nog twee. “De Oostenrijkse televisie stond bij Bruna te filmen,” vertelt hij aan de interviewer. “Ze vroegen me waarom ik die kaarten kocht. Nou, dat kon ik ze wel even vertellen: de paus, de koningin en ikzelf zijn mijn grootste idolen.” Als één van de zeer weinige Nederlandse popmuzikanten, heeft hij al een plaatsje gekregen in de Winkler Prins Encyclopedie. Maar de biografie van Hermanus Brood (1946) is nog lang niet voltooid: in september verschijnt een tweede live-elpee van zijn Wild Romance en er bestaan vergevorderde plannen voor het maken van een nieuwe film.

Na acht Panama’s te hebben ingenomen, wil Brood verkassen. “De muziek staat hier net iets to hard. Laten we maar even naar een rustige plek gaan.” Van het café dat vlakbij zijn huis ligt, gaat het naar Hotel American op het Leidseplein. Gezeten aan een tafeltje in de foyer heeft de cocktail van de dag, Hong Kong Night gedoopt, een bijzondere aantrekkingskracht op Brood. Als zij geserveerd is, kan het interview beginnen.

Geef mij dat recordertje nou maar

“Waarom ik altijd een cassette-recordertje wil bij een vraaggesprek? Journalisten denken altijd: dat onthoud ik wel. Maar ‘t is altijd hun impressie, details gaan verloren. Dus; geef mij nou dat recordertje maar… Dan maken wij er wel wat moois van. Kunt U even lekker een borreltje gaan drinken,” lacht hij. Net als de rock’n’roll, ziet Herman Brood een vraaggesprek als “een puur aanvallend spel”. De interviewer moet de ondervraagde op een “intelligente manier uitdagen”. Gevraagd naar de nummers die op de nieuwe elpee komen, laat Brood weten dat het hem pijn doet als journalisten naar feiten vragen. Na een half uur haalt hij uit zijn Cool Cat-agenda een verfrommeld briefje waarop de twaalf nummers staan, die uit twee dagen opnemen in het Rotterdamse Parkzicht zijn geselecteerd. Je hoeft Brood eigenlijk niets te vragen; hij vertelt wel uit zichzelf.

You know Wally Tax?

“Er is niets veranderd. Ik slaap nog steeds met Little Richard onder mijn kussen. Ik vind hem nog steeds te gek, zijn eerste elpee dan. Het is angstig om te zien hoe vaak de eerste plaat van iemand de beste is. Soms de tweede. Of dat bij mij ook zo is? Nou, dat hoor ik dus de hele dag. Door een toeval ontmoette ik een keer Tim Hardin in Hollywood. Ik was een ontzettende fan van hem, maar wist niet dat hij het was. Dat was ‘s morgens in een café; komt er zo’n vogel met een baard binnen. Wij waren de enige klanten en die vogel had een grote bek, maar wel een bepaald respect… Dus ik denk: wie zou dat nou zijn? Toen zegt-ie: “Oh, You’re from Holland. You know Wally Tax?” Nou, toen volgde een heel gesprek. En ik betrapte mezelf er ook op dat ik zei: “Oh man, your first albums…” En dat is voor een artiest lullig. Want die hoopt dat z’n volgende elpees net zo goed zijn. Dat is nog maar een stukje van alle pijn die wij moeten meemaken als goede-eerste-elpee-makers. Maar ik houd ervan om gekweld te worden!” (lacht)

Publiek van Ten Years After

“Cha Cha, de vorige live-elpee, was eigenlijk een tussendoortje. Na de tweede elpee wordt het moeilijk. Voor de eerste twee platen heb je jarenlang creativiteit opgespaard. Doordat je aldoor on the road bent, heb je geen tijd om nieuwe nummers te maken. Cha Cha is echt gemaakt om toch wat koopwaar te hebben. En dat wordt dan binnen een maand platina! Dat hoop ik dus van dit tussendoortje ook.”

“Op verzoek van de directeur van de platenmaatschappij (Johnny Hoes) hebben we één oud nummer op de live-elpee gezet. Met een beetje goede wil, kunt u wel raden welk (grinnikend). Inderdaad, Saturdaynight. Verder hebben we het beste uitgekozen; gedeeltelijk covers, gedeeltelijk eigen nummers. Ik doe veel covers, omdat ik het interessant vind om waar te nemen in hoeverre eigen nummers overeind blijven naast een cover. Met Saturdaynight is dat wel het geval, ja. Maar door deze methode, moet ik toegeven, vallen er ook nummers af. In The Heat Of The Night (single van drie jaar geleden, voortgekomen uit Amerikaanse connecties en oorspronkelijk bedoeld voor Bob Seger) had ik dolgraag op de plaat gehad. Maar zo’n nummer moet staan. En als de drummer of de bassist niet tevreden is, dan wil ik dat verder ook niet pushen. De ritmesectie kun je niet overdoen. Verder kun je alles overnieuw doen. Het publiek ook, ja (lachend). Bij Cha Cha zat geloof ik het publiek van Ten Years After of zo. “Featuring Bertus Borgers…”, en dan brak bet gejuich los.”

Lola la-la-la-la Lola

Inmiddels is mevrouw Xandra Brood aangeschoven. Manlief trekt gekscherend haar wollen truitje omhoog. Hij wijst op de gezwollen buik, die de bruine tint van de huwelijkstrip naar de Kanarische Eilanden al weer heeft verloren. Als aan de orde komt dat Brood het een goedkope stunt zou vinden om de live-versie van Saturdaynight op single uit te brengen en de vergelijking met Lola van The Kinks wordt gemaakt, begint het echtpaar te lachen. “Nee schat, ik zeg echt niet wie er Lola gaat heten. Ècht niet,” grapt Herman Brood.

“Als ik Tears for Fears hoor, of Duran Duran… Dat is net of ze bij opa op schoot zitten en liedjes zingen. Zo van: moeder vindt het ook nog leuk. Ik vind dat rock & roll agressief moet zijn; venijn moet het zijn! Het heeft toch iets met oorlog te maken. Het totaalgebeuren van de rock & roll moet een schop onder je kloten zijn. Maar zo’n Tears for Fears; dat is toch écht de klap op de vuurpijl. Dan zingen ze van (heel verveeld) Shout (en nogmaals heel verveeld) Shout. En die zanger heeft ook nog zo’n mond die niet dicht wil. Als dát nummer één wordt, dat maakt me dus echt ongerust, weet je. Wat dat betreft heb ik Engeland altijd een kutland gevonden….”

Hier meent de interviewer uit zijn prille geheugen te moeten putten, dat Engeland een toch niet onbeduidende rol in de pophistorie moet worden toegedicht. Brood kan – als een boom die is geplant op de roots van de rock & roll en derhalve in een Amerikaanse voedingsbodem – zijn oren niet geloven. Quasi verbolgen drukt hij de knop van de cassetterecorder in en begeeft hij zich naar de glimmende toiletten van het hotel. Bij terugkomst maakt hij aan de bar een praatje met Xandra en TV-journalist Jan Lenferink. Na een dik kwartier, als Xandra weggaat, keert Brood terug naar de interviewer. Met een nieuwe Hong Kong Night en de vraag of er nog meer vragen zijn.

Candy Dulfer als jong moedertje

“Ik zou best eens een jazzy elpee willen maken. Er is trouwens sowieso nog een boel werk te doen voor het verschijnsel Brood. Een genie is altijd meerzijdig, weet je. De kunst is om te combineren. Maar omdat je een rock & roll-band van twaalf man te vreten moet geven, is het moeilijk uit te leggen dat je ook wel eens een halfjaar filmster of kunstenaar wilt zijn. Ik ben in een heel ver stadium met een film. Ik heb het script zelf geschreven. Het gaat over de vriendschap tussen twee mensen; Candy Dulfer en mij.”

“Het verhaal speelt zich af in een wereld vol corruptie, waarin iedereen voor zichzelf vecht. Een drama. De één is volkomen onaangepast en geeft instinctief toe aan zijn behoeften. Dat ben ik. Candy Dulfer is, terwijl ze twintig jaar jonger is, het moedertje. Zij is de enige die mij verdedigt, maar wordt meteen geëxploiteerd door iedereen. Er ontstaat een hele industrie rond het wonderkind. De film laat zien dat alles doorgestoken kaart is. Chris Brouwer (“Schatjes”) produceert de film. Jules Deelder speelt een hoofdrol. Ik hoop dat Theo van Gogh de regie wil doen. Van hem heb ik veel geleerd toen ik auditie deed voor Een Dagje Naar Het Strand. Ik had het boek van Heere Heeresma gelezen en dat vond ik te gek.”

Weg bij Johnny Hoes

“Vechtverhalen. Dat zijn de mooiste verhalen,” verklaart Brood. En even later: “Heel link dat ik dit zeg. Ik hoop dat we tegen de tijd dat dit interview verschijnt al bij Johnny Hoes weg zijn.” Brood zal namelijk binnenkort onder contract komen bij het Franse label Carrère, waar ook Roberto Jacketti & The Scooters hun platen uitbrengen. Heatwave, het oude succes van Martha & The Vandellas, zal in de vertolking van de Broods zangeressen De Bombita’s bij Carrère op single verschijnen, terwijl er sprake van was dat Johnny Hoes de 45-toerenschijf zou uitbrengen. Heatwave komt wel op de live-elpee, naast covers als No More Dancing (John Hiatt) en Something Is Wrong (Sam & Dave) én de eigen nummers Stay Alive, High On Wheels, en I Just Wanna Get Married.

“Helaas ben ik nooit tevreden over een produkt dat ik zelf heb gemaakt. Tegen de tijd dat het uitkomt, kan ik het meestal niet meer verdragen. Maar ik zit ook niet op het moment te wachten dat ik denk: dit is het helemáál. Dat zou een dood punt zijn. Als je iets gemaakt hebt, is het niet de uitdaging om weer hetzelfde te doen. Dustin Hoffman was te gek in Midnight Cowboy. En dan doet-ie daarna weer heel iets anders, dat vind ik interessant.”

De interviewer zegt dat het zo wel genoeg is. Herman Brood staat op en gaat weg. Het Bruna-tasje met Oor en de ansichtkaarten vergeet hij mee te nemen.

De foto is ontleend aan de hoes van het album Bühnensucht.

Meer Herman Brood: Domein Herman.