Zoeken
Zoeken

Tutmarcs bas

Najaar 1951 is de massieve basgitaar van Leo Fender klaar voor productie. Fenders Precision Bass geldt als het eerste klankkast-loze, elektrisch versterkte alternatief voor de staande bas. Maar dat is hij niet. Dit blijkt pas eind negentiger jaren, met de herontdekking van een basgitaar van Paul Harvey Tutmarc uit Seattle.

Het belang van de elektrische basgitaar voor de popmuziek is groot. Het instrument maakt immers het populairste orkest van de twintigste eeuw compleet. Dat is nog niet het geval bij de eerste rockorkestjes. Bij rock & roll bands uit de vijftiger jaren, reist de bassist vaak noodgedwongen nog met eigen vervoer naar zalen voor optredens. De grote staande bas neemt zoveel plek in beslag dat hij niet in het wrakke bandbusje past. De basgitaar zorgt er uiteindelijk voor dat het rockorkest transformeert naar de popband. Echter, vrijwel geen rock & roll bassist had er in de fifties weet van dat er al lang een alternatief voorhanden was voor die manshoge bassen.

Bass Fiddle

The Seattle Times wist het wel. Het dagblad schrijft al in februari 1935 over het nieuwe muziekinstrument van stadgenoot Paul Tutmarc. Die maakt onder de naam Audiovox dan al langer lapsteels en versterkers. Maar in 1935 legt hij de laatste hand aan zijn Audiovox Model 736 Electronic Bass.

Hij brengt de massieve bas het jaar daarna op de markt. Aanvankelijk staat de basgitaar te boek als Model 736 Bass Fiddle. “This Electronic Instrument lends itself especially well to Orchestral use,” aldus een bochure van Tutmarc. “Will take the place of 3 double basses. Compact! Length 42 inch.”

Massieve cello

Tutmarcs basgitaar is veel groter en zwaarder dan de Precision waarmee Leo Fender zestien jaar later komt. Voordat Tutmarc zijn model-736 maakt, bouwt hij een elektrische contrabas. Het instrument toont een sterke gelijkenis met een massieve cello. Hoe het zij, de productiecijfers van Tutmarcs Audiovox-basgitaar blijven in de jaren 1936-1937 uitermate gering.

Nee, van een run op de Model 736 Bass Fiddle is geen sprake. Tutmarcs zoon Bud probeert het instrument ruim tien jaar nadien aan de vergetelheid te onttrekken. Tutmarc junior brengt in 1947 een soortgelijke basgitaar op de markt. Die luistert naar de naam Serenader. De kloon van de Audiovox-bas wordt via groothandelaar Heater Music kortstondig in Amerika gedistribueerd. Maar een succes wordt het ook nu weer niet.

Verzamelaar

Dus krijgt Paul Tutmarc (1896-1972) pas aan het einde van de twintigste eeuw de eer die hem toekkomt. Dit komt mede doordat een Amerikaanse verzamelaar naar buiten treedt met een Audiovox basgitaar. Hij had hem halverwege de negentiger jaren voor een zacht prijsje in een rommelwinkeltje op de kop getikt. En passant levert de verzamelaar hiermee te bewijs dat de eerste solidbody basgitaren niet veel jonger zijn dan pionierende massieve elektrische gitaren.

Immers, al vroeg in de dertiger jaren wordt geëxperimenteerd met de elektrificatie van met name de Hawaïaanse lapsteel- ofwel schootgitaar. De elektrische solidbody lapsteel van pioniers George Beauchamp en Adolph Rickenbacher groeit onder zijn bijnaam frying pan uit tot een cruciaal instrument in de evolutie van de gitaar.

Kelderwerkplaats

Paul Tutmarc, geboren en getogen in Minneapolis, speelt als tiener zelf op Hawaiaanse steelguitars. In 1919, als Paul 23 is, verhuist hij naar Aberdeen, tien jaar later verkast hij naar Seattle. Daar start hij in de kelder van zijn woning een werkplaats. Zoon Bud schrijft er later uitgebreid over in het Amerikaanse blad Vintage Guitar Magazine. Hij herinnert zich dat zijn vader les geeft op de Hawaïaanse gitaar (hij doet dit liefst vijftig jaar lang) en reparaties uitvoert aan versterkers.

Rond 1930 ontwikkelt Tutmarc, geholpen door de elektro-technici Art Stimpson en Bob Wisner, een eigen element. Tutmarcs pogingen om muziekinstrumenten via een element elektrisch te versterken laten zich vergelijken met roergangers als Lloyd Loar (Gibson) en George Beauchamp (National/Rickenbacker).

Net als deze twee heren, probeert Tutmarc zijn element uit in combinatie met verschillende instrumenten. Zoals piano’s, Spaanse gitaren en zithers. Zelfs zou hij een prototype van een solidbody gitaar hebben gemaakt, aldus zoon Bud.

Investeerders

Pa Tutmarc probeert investeerders te vinden voor zijn innovatieve instrumenten. Dat valt in crisistijd niet mee. De jaren van economische depressie bemoeilijken blokkeren een verdere ontwikkeling. Wel krijgt Tutmarc de houtbewerker Emerald Baunsgard zover om te assisteren bij de bouw van gitaren onder het merk Audiovox.

Aan hun samenwerking ontspruit ook het idee om een kleine elektrische bas te bouwen. Het is een ingeving die niet uit de lucht komt vallen. Tutmarc voelt regelmatig medelijden met de bassist van de band waarin hij speelt. Die moet maar steeds zien hoe ‘ie zijn grote contrabas van hot naar haar vervoert. Zijn eerste prototype elektrische bas maakt Tutmarc al in 1933. Die heeft dus nog het meeste weg van een cello. Hij staat net als de contrabas op een grondpin en wordt staande bespeeld met een strijkstok.

Twee jaar later volgt het ontwerp dat meer doet denken aan een echte elektrische basgitaar.

Foto: midden op de foto is de basgitaar te zien, foto collectie Bud Tutmarc. Ik schreef dit artikel oorspronkelijk voor Music Maker. Het is hier in gewijzigde en geactualiseerde vorm gepubliceerd.

Meer vintage: Vioolbasje

Ontdek meer van ubelski

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder