Zoeken
Zoeken

Complete Unknown

Is de film A Complete Unknown een aanrader voor Bobcats? Je houdt toch een beetje je hart vast als je een kaartje koopt. Dylan lijkt me niet de makkelijkste beroemdheid om neer te zetten. Mij boeide de film van regisseur James Mangold tot de laatste snik. Want ja, A Complete Unknown ontroerde me.

Acteur Timothée Chalamet vertolkt Dylan knap. Natuurlijk, zijn stem mist de bijtende uithalen van de troubadour aller troubadours. Maar hé, ga er maar aanstaan. Chalamet speelt en zingt alles zelf. Soms komt hij in de buurt. Maar over het geheel genomen is zijn stem meer binnen de lijntjes dan die van de oude bard zelf. Mensen die minder gecharmeerd zijn van Dylans stem dan ik, en dat zijn er velen, zullen dit vast en zeker een aanbeveling vinden.

De ontroering die me parten speelt, zit vooral in het tijdsbeeld dat A Complete Unknown schetst. De artistieke sfeer van New York in de jaren 1961-1965, de gekte rond een jochie dat beroemd wordt, de dreiging van een kernoorlog. Ach, wel zouden van mij de vingernagels van Chalamet wat nicotine-bruiner verkleurd mogen zijn. Zoals de tabaksrook in The Gas Light en Cafe Wha? wat blauwer en dikker had kunnen hangen boven de tafeltjes.

Verder dompelde ik mij bijna twee uur lang heerlijk onder in een tijd die ik altijd een beetje romantiseer. Samen met twee handen vol gelijkgestemden in de Bob Bioscoop midden op de middag van een koopzondag in mijn dorp.

Ter verhoging van de filmvreugde: enkele honderdelfjes, columns van 111 woorden, over de jaren 1961-1965. Ze komen uit De Eeuw van Bob Dylan, mijn manuscript dat nog altijd eens tot een echt boek moet culmineren.

Howard Beach, 1961

Dylan kent zijn muziek nog maar kort. Toch kan hij Woody Guthrie niet meer uit zijn hoofd zetten. Als hij begin 1961 arriveert in New York, is één van de eerste dingen die hij doet een telefoonboek raadplegen. De G, Guthrie… verdomd daar staat zijn adres! Dylan zet koers naar Howard Beach in het Newyorkse stadsdeel Queens. Zijn gitaar reist met hem mee. Negentien is hij. Met bonzend hart belt hij aan bij het houten chalet van zijn nieuwe idool. Woody’s vrouw Majorie doet open. Nee, Woody is er niet. Dochter Nora zal later zeggen: “Hij was erg grappig en lief. Hij speelde gitaar voor ons en bleef bij ons eten.”

The Gaslight, 1961

The Gaslight Café vestigt zich in 1958 aan MacDougal Street. In een keldertje van een appartementsgebouw dat karakteristiek is voor New York: roestbruinrode baksteen, ijzeren brandtrappen langs de gevel. De kelder is duister, rokerig bedompt, een piepklein podium naast een keukentje. In juli 1961 ontmoet Victor Maymudes, zijn latere tourmanager, hier Bob Dylan. Dylan drinkt koffie en rookt. Rond sluitingstijd vraagt hij of hij drie songs mag spelen. Het mag. Maymudes: “Als hij begint, is het personeel bezig met de schoonmaak. Maar één voor één stoppen ze met hun werk. Ze komen onder de bekoring van Dylans magie. Twaalf mensen staan stil te luisteren tot hij klaar is, en applaudisseren dan.”

403 dollar, 1962

In de wandelgangen van platenmaatschappij Columbia wordt gegniffeld. De Grote John Hammond is zijn gevoel voor talent kwijt, fluisteren collega’s achter zijn rug. Producer-activist John Hammond (1910-1987) lanceert de loopbanen van Benny Goodman, Billie Holiday, Aretha Franklin, Count Basie, Bruce Springsteen, Leonard Cohen en vele anderen….. “Hammonds Folly”, zo noemen de roddelende collega’s zijn laatste ontdekking. Het eerste album van Hammonds nieuwste ontdekking is geflopt. 4200 exemplaren zijn er verkocht. Ja, dat nerveuze iele kereltje uit het noorden, die kloon van Woody Guthrie, het is een dwaze dwaling van Hammond. Ach, het geroddel zal snel verstommen. Bovendien, de opnames en de productie van Dylans eerste elpee kostten Columbia welgeteld 403 dollar.

Montreal, 1962

Omdat het kan? Immers, de Zweedse computerwetenschapper Olof Björner (1942) archiveert op zijn blog Expecting Rain minutieus Dylans agenda. Olof noteert waar de bard uithangt op donderdag 28 juni 1962, mijn geboortedag. Bob is in Montreal. Tot en met zondag 1 juli treedt hij er dagelijks op in boekwinkel annex koffiehuis The PotPourri. De eigenaar heeft geen idee wie Dylan is. Eén van de avonden stormt het. Volgens de overlevering zijn er zes, zeven bezoekers bij Dylans optreden. Het zal wel de bewuste donderdag zijn geweest. Eén van de avonden daarna, in het weekend, is het publiek talrijker en laaiend enthousiast. De gage voor de concerten is naar verluidt 125 dollar.

Judy’s dagboek, 1963

Zangeres Judy Collins is aanwezig bij Dylans concert op 12 april 1963 in de Town Hall in New York. Hij brengt er een paar nieuwe songs voor het voetlicht. In haar dagboek schrijft Judy: “Deze jongen is geenszins een entertainer. Hij heeft bijna geen stem, speelt de meest simpele akkoorden en hij ziet er niet geweldig uit in zijn stoffige broek en leren shirt. De hele tijd heeft hij wel iets van een dansende beer. Zijn werk is zo wars van elke poging tot vermaak, dat iedereen in zijn discipline erbij verbleekt. Het was een hele beleving. Ik voel aan alles dat dit het belangrijkste concert is dat ik ooit bezocht.”

Eeuwige liefde, 1963

Yvonne Staples, drie jaar ouder dan haar zus, ziet dat er echte liefde is tussen Dylan en Mavis. Maar Bob is geen prater. “Je bent gewoon verlegen,” zegt Yvonne hem. “Maar je moet met Mavis praten, haar vertellen wat je voor haar voelt.” Dylan trekt de stoute schoenen aan. Hij vraagt Mavis ten huwelijk. De gospelzangeres wijst hem af. Een halve eeuw nadien bekent Mavis aan haar biograaf: “Het zat altijd in mijn hoofd dat ik niet met een blanke jongen kon trouwen. Zelfs nu nog kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan. Wij waren echt verliefd op elkaar. Hij was mijn eerste liefde, de liefde die ik liet glippen.”

Kathy, 1964

Bob Dylan verkondigt in de Newyorkse folkscene pedant dat zijn platen goed verkopen. Volgens Liam Clancy van folkband The Clancy Brothers veroorzaakt Dylans succes afgunst, frustraties en depressies. Clancy verwijst naar folkzangers als Paul Clayton (zelf-elektrocutatie in bad), Peter La Farge (polsen doorgesneden) en Phil Ochs (hing zichzelf op). De Newyorkse folkscene, die was ongezond incestueus, schrijft Clancy, terugblikkend in zijn autobiografie. Bob Dylan heeft Clancy dan inmiddels bekend dat hij hèt met zijn vriendin Kathy deed, terwijl Liam zelf op toernee was. Hij verklaart: “Nou, ze was een soort van eenzaam, weet je. Ze miste jou, man, en jij was er niet. Maar ik was er wel voor haar, man.”

Protestzangeres, 1965

Protestzanger. Het woord staat vermeld in mijn uitgave van Van Dale’s Groot Woorden Boek der Nederlandse Taal, de herziene dertiende editie van 1999. Hoewel hij de term haat, is Bob Dylan primair verantwoordelijk voor dit woordenboekwoord. Ik zoek nog even in oude kranten. De oudste vermelding van “protestlied” is 1891. Het staat afgedrukt in het sociaaldemocratisch blad Recht Voor Allen. Zowel “protestsong” als “protestzanger” komen in 1965 pas met enige regelmaat voor in de dagbladen. In oktober 1965 kopt dagblad Het Vrije Volk “Protestsong in de aandacht”. Trouwens, de vrouwelijke vorm tref je eveneens aan in kranten: “protestzangeres”. In de sixties volgt op dit woord frequent de naam van Joan Baez.

Traditiestem, 1965

The Voice of a Generation, de Stem van een Generatie. Met deze omschrijving wordt Dylan, althans door journalisten en publicisten, vrijwel vereenzelvigd. Dat mag, je kunt je er iets bij voorstellen. Toch klopt het niet. Om te beginnen is Dylan een stem van meer dan één generatie. Voor zowel veel babyboomers als leden van generatie X is Dylan een belangrijke stem. In zijn eigen vak, de singer-songwriters, is Dylan een inspiratie voor bijna elke nieuwe generatie. Nee, je kunt hem niet binden aan één generatie. Bovendien past zijn werk in een lange traditie, een traditie van volkstroubadours die vertolken wat hen bezighoudt. Dylan is de meest invloedrijke stem van deze zangtraditie.

Robbie, 1965

Blueszanger Mississippi John Hurt moet langs bij een kameraad in de Columbia-studio in New York. “Zin om mee te gaan?” vraagt hij Robbie Robertson. De jonge gitarist van The Hawks is in de stad voor een gig. Robertson volgt gedwee. In de studio zegt Hurt hallo tegen muziekmanager Albert Grossman, Dion van Dion & The Belmonds en wat andere lui. “Hey Bobby, dit is mijn vriend Robbie, een gitarist uit Canada,” zegt Mississippi John tegen een man met een donkerzwarte zonnebril. “Robbie, dit is Bob Dylan.” Bob zegt ‘hi’ en vervolgt dan: “Wil je iets horen? Zoiets als dit heb je nog nooit eerder gehoord. Het heet Like A Rolling Stone.”

Foto: promobeeld A Complete Unknown, Searchlight Pictures 2024

Meer Bob Dylan: Drieluik

Ontdek meer van ubelski

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder