Zoeken
Zoeken
Bij een column van maar 111 woorden, een honderdelfje dus, kun je geen al te lange inleiding schrijven. Dan geef je immers de clou bij voorbaat weg. Laat ik dus volstaan met twee woorden vooraf: Nederlanders, identiteit.
Dropsnob, plaspatat, fridgie, worstengrootje, knuffelkoken of gedumplingd? Ubelski presenteert de groslijst van de verkiezing Eetwoord van het Jaar 2024. Eind 2024 zijn het winnende én het meest triviale eetwoord bekendgemaakt.
Je gaat even in retraite met jezelf en laat je gewillig bestormen door de grote vragen des levens. Nee, een stukje spiritualiteit en introspectie is op z’n tijd niet te versmaden.
Ik ben niet in overeenstemming met de meest recente wet- en regelgeving. Of dit mij moet verbazen, weet ik eigenlijk niet. In elk geval is het de hoogste tijd voor verificatie van mijn identiteit. Aldus sectie klantendienst.
Moet 'ie in de gleuf met streekpost? Of juist in het compartiment van de brievenbus voor bestemmingen in postcodegebieden verder weg? Kattebelletjes bij een serie smakelijke streekpostzegels van Tante Pos.
Er is veel te doen over suiker. Zo hoorde ik een kamerlid weer eens pleiten voor een suikertax, een extra belasting voor zoetekauwen. Daarom een korte column over zout.
Chippy. Zo noemen Britten liefkozend hun nationale gerecht fish & chips. Dat zowel de gebatterde gebakken vis als waarschijnlijk ook de dikke frieten een Joodse oorsprong hebben, schoot sommigen in het verkeerde keelgat.
Nee, een afwegingsruimte is er niet in het gemeentehuis van mijn woonplaats. Vast loopt er wel ergens een probleemeigenaar rond. Maar dat word je natuurlijk pas nadat je geclaimd hebt. Of misschien is er ergens een poho te vinden? Huh?
Pretoogjes, dat is de titel. Het is een gedramatiseerde weergave van een interview dat ik ooit had met een frietverkoper. In deze rauwe versie laat ik hem helemaal zelf zijn verhaal doen. Hoezo alleen succesverhalen?
Johan Derksen begon er zijn journalistieke loopbaan. Dat was nog in de tijd dat hij als voetballer stug en destructief verdedigde. Toen ik bij de Winschoter Courant en de Noord-Ooster ging werken, droeg ik een Gauloises-shirt.